Home Uncategorized De zonnebranche wil GEEN subsidie. "Dit idee is een ramp" (NRC).

0 788

Het dorp Beek-Ubbergen in Gelderland is in 2007 uitgeroepen tot de
groenste van Nederland.
Foto Flip Franssen
Joost Ramaer | pagina 30 – 31
Dankzij het Lenteakkoord komt er met ingang van 1 juli opnieuw een
subsidie voor de aanschaf van zonnepanelen: 22 miljoen euro dit jaar,
30 miljoen in 2013. Genoeg om zo’n 170.000 huishoudens van zonnestroom
te voorzien, en de totale Nederlandse productie uit te breiden met
ongeveer 125 megawatturen (MWh) – een verdubbeling.
Leuk voor de zonnebranche, zou je denken. Maar die is helemáál niet blij.
De loutere aankondiging van het plan leidde namelijk tot een massale
kopersstaking. Nederlandse consumenten wachten met de aanschaf van
zonnepanelen, totdat ze de subsidie kunnen aanvragen. „De markt ligt
momenteel volledig op zijn gat”, zegt Marjan Minnesma van Urgenda, een
platform voor een duurzamer Nederland.
„Niemand wil dit”, zegt Roebyem Anders van Zonline, ‘totaalaanbieder’
van zonne-energiesystemen volgens een ingenieus Amerikaans concept.
„Doe dit alsjeblieft niet!”, maant Edwin Koot de politici. Koot is
oprichter van Solar Plaza, een platform dat zich al jaren inzet voor
de verbreiding van zonne-energie. „Het is ook niet nodig. De
particuliere markt voor zonne-energie floreert op eigen kracht.”
De drie vragen zich af of de bedenkers van de regeling überhaupt met
de branche hebben overlegd. Zeker weten, zegt een van hen,
GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren. „Ik heb nog nooit zoveel
zonne-energie-aanbieders gesproken als de afgelopen weken.”
Van Tongeren had liever een andere oplossing gezien die haar partij al
jaren bepleit: stel burgers die hun eigen energie opwekken vrij van de
energiebelasting. Maar die was niet haalbaar. Politiek niet. „Het
groen-rechts van Mark Rutte heeft maar héél even geduurd.” En
ambtelijk niet. „Financiën wordt hysterisch bij de gedachte alleen
al.”
Een belastingvrijstelling is een open-einderegeling: van tevoren is
niet te voorspellen hoeveel mensen er gebruik van zullen maken. Wat
mensen besparen aan stroomkosten geven ze uit aan andere dingen, en
dat levert de fiscus vanzelf meer geld op – btw bijvoorbeeld. Maar ook
dat effect is onberekenbaar, en dus onbespreekbaar voor Financiën.
„Subsidie was het enige haalbare, en invoering per 1 juli de eerst
mogelijke datum”, zegt Van Tongeren. Een ander voorstel, om de btw op
zonne-installaties te verlagen tot 6 procent, had niet eerder dan 1
januari 2013 gestalte kunnen krijgen. „Bij zo’n lange kopersstaking
waren de meeste zonnebedrijven failliet gegaan. Jammer, want een
btw-verlaging is simpel en heel effectief.” Zonder subsidie zouden
zonnepanelen sowieso duurder worden door de btw-verhoging naar 21
procent.
Welke vorm de subsidie zal krijgen weet Van Tongeren nog niet – daar
gaan de ambtenaren over. „Wij zijn geen regeerders, wij kunnen alleen
suggesties doen.” Als het aan haar ligt, wordt de nieuwe subsidie
eenvoudiger en minder fraudegevoelig dan de vorige, een onderdeel van
de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) dat maar drie jaar
heeft bestaan, van 2008 tot en met 2010, al werden de laatste
subsidies nog vorig jaar verstrekt. Dat was meteen het grootste
probleem. „Het duurde vaak te lang voordat het geld kon worden
uitgekeerd en besteed.” Veel van het beschikbare budget vloeide
daardoor terug naar de algemene middelen, en werd door de betrokken
ministeries gebruikt om gaten in de eigen begroting te dichten.
Met de euro’s die wel beschikbaar bleven, kon uitvoerder Agentschap NL
maar een fractie van de aanvragen toekennen. De afvallers wachtten een
jaar met kopen tot de volgende subsidieronde. „Het was een drama”,
verzucht Marjan Minnesma. „Op 40.000 aanvragers kregen er hooguit
duizend subsidie. Dat was ongeveer de verhouding.”
Dat werkte ook oneigenlijk gebruik in de hand. Er waren bedrijven die
scholieren en studenten inhuurden om zoveel mogelijk aanvragen te
kunnen indienen. Minnesma: „Die maakten gewoon een statistische
rekensom: hoe meer aanvragen, hoe meer kans op succes.”
Toch bereikte de SDE-regeling haar hoofddoel: in vier jaar tijd werd
Nederland verrijkt met 39,4 MWh aan zonnestroom, zo blijkt uit een
overzicht op de website van Agentschap NL. Alleen had dat zoveel meer
kunnen zijn.
Dat bewijzen onze oosterburen. Duitsland verhoogde in 2004 de
energiebelasting voor gebruikers van ‘vieze’ stroom – opgewekt met
gas, olie en kolen. Uit de extra opbrengst krijgen de gebruikers van
schone stroom een subsidie per geproduceerde kilowattuur (KWh) die
geleidelijk weer wordt afgebouwd.
De gevolgen waren spectaculair. „Je ziet het meteen als je door
Duitsland rijdt”, zegt Minnesma. „Boeren, bedrijven, huizenbezitters:
iedereen heeft zonnepanelen op zijn dak gezet.” In acht jaar tijd
groeide Duitsland uit tot wereldleider in zonne-energie. Eind 2011
haalden de Duitsers al 18,6 miljoen MWh uit zonlicht, zo blijkt uit
een grafiek op de website Solarwirtschaft. Volgens Edwin Koot is dat
inmiddels meer dan 20 miljoen MWh. Dat is 4 procent van het totale
Duitse stroomverbruik.
Nederland is nog niet verder dan 122 MWh, ofwel minder dan 1 procent
van ons totale verbruik. Velen bepleitten hier om het Duitse systeem
simpelweg te kopiëren. Maar dat gebeurde niet. „De Nederlandse
overheid wil ieder wiel zelf opnieuw uitvinden”, zegt Roebyem Anders
van Zonline.
Toch is ook in Nederland de markt voor zonne-energie sterk gegroeid.
Dat kwam vooral doordat gewone stroom fors duurder werd en
zonnepanelen fors goedkoper. Nederland en andere Europese landen
stopten met subsidies als gevolg van de kredietcrisis, waardoor de
vraag naar panelen inzakte. In China was de productiecapaciteit juist
enorm gegroeid. De fabrikanten bleven zitten met enorme voorraden die
zij tegen dumpprijzen proberen op te ruimen.
In Duitsland zakte de consumentenprijs van een doorsnee
zonne-installatie van 5.000 euro in 2006 naar 1.776 euro nu – een
daling met 65 procent. Duitse zonnestroom is inmiddels goedkoper dan
gewone elektriciteit, in centen per KWh.
Marjan Minnesma kan erover meepraten. Urgenda begon anderhalf jaar
geleden met de collectieve actie Wij Willen Zon. „Door in China in het
groot panelen en omvormers in te kopen, konden wij forse kortingen
bedingen.” De omvormers zijn nodig om de panelen aan te sluiten op het
huisnet. Een pakket van twaalf panelen, goed voor minstens tweederde
van de 3.500 KWh die een gemiddeld Nederlands huishouden jaarlijks
verbruikt, kost bij Wij Willen Zon nu 4.000 euro, exclusief
installatiekosten. Bij de start was dat nog 6.600 euro.
Na 50.000 panelen gaat Urgenda binnenkort stoppen. „Onze doelstelling
was om de markt op te schudden”, zegt Minnesma. „Niet om marktleider
in zonnepanelen te worden.” Geen nood: er zijn genoeg andere
aanbieders, van commerciële installateurs tot aan de Vereniging Eigen
Huis en Natuur en Milieu.
Zonline van Roebyem Anders is de meest innovatieve. Het sloot een
samenwerking met Sungevity, de Amerikaanse uitvinder van Remote Solar
Design. Vul online je NAW-gegevens in, en Zonline analyseert de
mogelijkheden voor je pand op basis van Google Maps en
satellietfoto’s. Speciale software rekent vervolgens uit hoeveel
zonnepanelen je maximaal kunt installeren en waar die het beste kunnen
worden geplaatst, en ook wat het effect zal zijn op je stroomkosten en
-verbruik. Binnen 48 uur na de aanvraag ploft er een iQuote in je
emailbox, een digitale offerte. Gratis en vrijblijvend. „Van tevoren
hoeft er niemand meer het dak op”, zegt Anders. „Dat scheelt
aanz
ienlijk in de kosten.”
Behalve de prijsdaling van zonne-installaties en de prijsstijging van
gewone stroom wacht de consument nog een voordeel: via ‘netmetering’
ofwel saldering. De panelen op het dak produceren overdag energie, die
vooral ’s avonds wordt gebruikt. De eigenaar mag zijn eigen verbruik
wegstrepen tegen de eigen energieproductie – saldering. Die leidt tot
een fors lagere elektriciteitsrekening. In euro’s zijn zonnepanelen
met een rendement van 8 tot 10 procent momenteel heel wat lucratiever
dan een spaarrekening.
De nieuwe subsidie is dan ook overbodig, denkt de zonnebranche. Die
ziet liever dat de overheid het geld elders inzet. Bijvoorbeeld door
eindelijk eens verplicht te stellen dat elk nieuw pand wordt
opgeleverd met een zonne-installatie op het dak. Of door toe te staan
dat mensen zonnepanelen in hun tuin of aan de gevel installeren,
zonder dat daarvoor een vergunning nodig is.
Nieuwbouw maakt maar een heel klein deel uit van het totale
vastgoedbestand – zeker nu de kredietcrisis de bouw en
projectontwikkeling vrijwel heeft stilgelegd. Volgens Edwin Koot kan
de overheid Duitslandachtige successen boeken door zonne-energie in
bestaande panden te stimuleren via ‘saldering op afstand’.
Netmetering is nu nog ‘pandgebonden’: alleen de eigenaar of gebruiker
van een gebouw met panelen mag overschotten verrekenen aan zijn
energiemaatschappij. „Discriminatie naar dak” noemt Koot dat. „Veel
mensen en bedrijven wonen onder daken die niet geschikt zijn. Laat hen
elders een zonne-installatie bouwen, alleen of met anderen, en de
verkochte stroom naar rato met hun eigen energierekening salderen.”
Dat kan op kantoren, fabrieken en andere gebouwen met enorme platte
daken – Ikea-filialen, bijvoorbeeld.
„Zonnetuintjes” noemt Liesbeth van Tongeren zulke installaties. Ze is
er een warm voorstander van, mits ze voorbehouden blijven aan de
burger, en niet de energiemaatschappijen met de voordelen aan de haal
gaan. Want nu al harken de NAM, KLM, Tata Steel en andere grote
vervuilers veruit de meeste subsidies en belastingvoordelen binnen.
Van alle overheidsinterventies in de energiemarkt ging in 2010 5,6
miljard euro naar fossiele energie en 1,5 miljard naar duurzame
energie, zo berekende onderzoeksbureau Ecofys. „Nederland is een
ontzettend fossiel landje”, zegt Van Tongeren. „In letterlijke en in
overdrachtelijke zin.”
Image posted by MobyPicture.com
– Posted using MobyPicture.com

NOG GEEN REACTIES

Reageer op dit artikel